Een opdracht

Johannes 20:21

Christus is opgestaan en is die avond voor de eerste keer in het midden van Zijn discipelen. De opdracht die Hij hun geeft, heeft nog niets aan waarde verloren. Hebben we er weleens goed bij stilgestaan dat werkelijke Christenen de plaats van Christus in deze wereld innemen? 2 Korinthe 5:20 zegt dat wij gezanten voor Christus zijn. Christus kwam in de wereld om de opdracht te vervullen die de Vader Hem gegeven had. Maar de door de Vader Gezondene werd niet gekend. Hij werd verworpen en stierf aan het kruis. En als de Heere dan opgestaan is en die avond in het midden van Zijn discipelen is, spreekt Hij deze merkwaardige woorden die ons allen tot gezondenen maakt in deze wereld: ‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u’.

Hij werd gezonden in een boze wereld

De wereld is door Hem gemaakt, maar ze heeft Hem niet gekend. Bewust heeft ze de oren gesloten voor het getuigenis dat de Vader over de Zoon gaf (Joh. 12:29). Er had een donderslag plaatsgevonden, zeiden ze. Als wij als gezondenen van Christus door deze wereld gaan, moeten we er ons niet over verwonderen dat onze boodschap vaak niet begrepen wordt en wij doorgaans niet gekend en gerespecteerd worden.

Hij is gezonden om de liefde van God te openbaren

Liefde voor een verloren wereld heeft de Vader bewogen Zijn Zoon te zenden en liefde voor de Gemeente drong de Zoon deze zending te volbrengen tot in de dood aan het kruis. En nu Hij afwezig is, hebben wij deze boodschap verder te dragen en het evangelie aan elk schepsel te prediken. ‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u’. Is er liefde in onze harten voor het verlorene? Hebben we dezelfde beweegredenen voor ons dienen van God die Christus had toen Hij op aarde was? Worden we in ons dagelijkse werk, in onze handel en wandel er steeds bij bepaald dat we een zending te vervullen hebben?

Hij is gezonden om te dienen en Zijn leven te geven tot een losprijs voor velen (Mark. 10:45)

Over deze losprijs gesproken: hebt u door het geloof de hand al gelegd op dit gebrachte offer, zodat u in waarheid kunt zeggen dat Zijn bloed u gereinigd heeft van alle zonden? Zonder dit geloof is al ons dienen waardeloos. Eerst moet er vrede met God zijn en dan volgt de dienst. Eerst moeten we in de tegenwoordigheid van de Heere Jezus zijn en daarna volgt de opdracht: ‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u’.

De Heere omgordde Zichzelf en verrichtte de meest nederige dienst aan de Zijnen. Zijn leven was ‘dienen’. Zijn wij bereid dit te doen? Er is geen rijker leven denkbaar dan te treden in de voetstappen van een Meester, Die ons het volmaakte voorbeeld heeft gegeven in het dienen van anderen. Er zijn zoveel verloren zielen rondom ons! Er is zoveel leed, zoveel zorg en moeite!

De Heere is opgestaan. In het midden van Zijn discipelen openbaarde en openbaart Hij Zich. En dan geeft Hij ook vandaag nog de opdracht: ‘Zo zend Ik ook u’. Dat is ons voorrecht en onze verantwoordelijkheid. Door woord en wandel mogen wij aan anderen laten zien Wie we toebehoren en Wie we dienen, in de voetstappen van de Meester. We zijn niet van de wereld, maar in de wereld en tot dienst bereid en dit omwille van Hem Die voor ons leed en stierf en ons op de avond van de opstandingsdag deze opdracht gaf.

P.I. v/d Ster